ECLI:NL:RVS:2014:2813
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vreemdelingenbewaring zonder voorafgaand overdrachtsbesluit in Dublinprocedure
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op 27 april 2014 en stelde beroep in tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of een overdrachtsbesluit voorafgaand aan de inbewaringstelling moet worden genomen, omdat dit besluit het rechtmatig verblijf van de vreemdeling beëindigt en de vertrektermijn verkort. De vreemdeling stelde dat zonder dit besluit de bewaring onrechtmatig zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat het overdrachtsbesluit pas na instemming van de aangezochte lidstaat wordt genomen en dat bewaring ook kan plaatsvinden voordat dit besluit is genomen. Het rechtmatig verblijf eindigt van rechtswege bij feitelijke overdracht of vertrek, en het is niet vereist dat een vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft om in bewaring te worden gesteld.
De overige aangevoerde grieven werden verworpen omdat zij geen relevante rechtsvragen opriepen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring zonder voorafgaand overdrachtsbesluit en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.