ECLI:NL:RVS:2021:752
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring ondanks bezwaar over overdrachtsbesluit voor jongste kind
De zaak betreft een gezin van vreemdelingen met twee minderjarige kinderen, waarvan het jongste kind in Nederland is geboren. De ouders dienden asielaanvragen in, maar de staatssecretaris stelde hen in vreemdelingenbewaring en nam de asielaanvragen niet in behandeling vanwege verantwoordelijkheid van Italië volgens de Dublinverordening.
De vreemdelingen stelden beroep in tegen de bewaring en het niet in behandeling nemen van de aanvragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarop hoger beroep werd ingesteld. De Raad van State oordeelde dat het overdrachtsbesluit dat de asielaanvragen niet in behandeling neemt, niet geldt voor het jongste kind omdat dit besluit werd genomen voordat de moeder een formulier ondertekende.
Desondanks oordeelde de Afdeling dat dit geen reden is om de bewaring onrechtmatig te verklaren, omdat de Dublinverordening ook op het jongste kind van toepassing is en de wettelijke voorwaarden voor bewaring zijn vervuld. De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.