ECLI:NL:RVS:2014:2821
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009-2011 na hoger beroep
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009, 2010 en 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen heeft bevestigd. De Belastingdienst had de voorschotten over 2009 en 2010 op nihil gesteld en het voorschot over 2011 herzien naar €4.891,00.
Appellante stelde dat zij wel degelijk kosten had betaald via gastouderbureau A in 2009 en 2010 en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij dit niet had aangetoond. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit ten onrechte had gedaan, omdat de jaaropgaven en betalingen via het gastouderbureau aantonen dat de kosten daadwerkelijk zijn betaald. De Afdeling stelt dat de Belastingdienst de toeslag had moeten berekenen op basis van deze jaaropgaven.
Ten aanzien van 2011 voerde appellante aan dat zij ook gebruik had gemaakt van gastouderbureau B, met een overeenkomst en betalingsbewijzen. De Afdeling oordeelde echter dat zij niet had aangetoond dat dit voor de eerste zeven maanden van 2011 het geval was, waardoor het betoog faalt.
Hoewel het hoger beroep gegrond is verklaard vanwege de onjuiste motivering over 2009 en 2010, wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden. Het griffierecht wordt aan appellante terugbetaald en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.