ECLI:NL:RVS:2014:285
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning Enci wegens onvoldoende milieumotivering en Natura 2000-beoordeling
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 5 januari 2010 een vergunning aan Enci voor klinker- en cementproductie, inclusief een revisievergunning voor groeveactiviteiten. Hiertegen stelden Stichting Enci Stop (SES), Enci B.V. en de gemeente Riemst beroep in. Na een tussenuitspraak in 2012 waarin het college werd opgedragen gebreken te herstellen, wijzigde het college het besluit op 20 november 2012. De gemeente Riemst stelde hiertegen beroep in, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet naleven van Nederlandse procedurele regels.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom emissies van stof, zwaveldioxide, ammoniak, dioxinen, furanen en PAK’s niet strenger werden gereguleerd, en dat de normeringen niet altijd kosteneffectief waren onderbouwd. Tevens was het college tekortgeschoten in de beoordeling van de gevolgen van de inrichting voor in België gelegen Natura 2000-gebieden, aangezien geen passende beoordeling was gemaakt terwijl significante effecten niet konden worden uitgesloten.
De beroepen van SES en Enci werden gegrond verklaard, het besluit van 5 januari 2010 en het wijzigingsbesluit van 20 november 2012 werden vernietigd. De gemeente Riemst werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan SES en Enci. De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige milieumotivering en correcte toepassing van de Habitatrichtlijn bij grensoverschrijdende milieueffecten.
Uitkomst: De vergunning aan Enci wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en nalatigheid bij passende beoordeling van effecten op Belgische Natura 2000-gebieden.