ECLI:NL:CBB:2018:2
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- W.E. Doolaard
- A. Gerbrandy
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen last onder dwangsom DNB aan Surinaamse rechtspersoon wegens niet voldoen aan inlichtingenvordering
De zaak betreft een hoger beroep van De Nederlandsche Bank (DNB) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een last onder dwangsom aan DNBenMulti Track Exchange N.V. (MTE), een in Suriname gevestigde rechtspersoon, vernietigde. DNB had MTE verplicht om inlichtingen te verstrekken in het kader van een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft) in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat DNB haar toezichtbevoegdheden niet mocht inzetten buiten Nederland zonder toestemming van Surinaamse autoriteiten, en dat dit in strijd was met het territorialiteitsbeginsel. Het College van Beroep stelt echter dat DNB haar bevoegdheden binnen de Nederlandse rechtsorde heeft uitgeoefend, omdat de inlichtingenvordering en last onder dwangsom verband houden met een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Wft in Nederland en geen extraterritoriale uitoefening van toezicht betreft.
Het College verwierp ook het verweer van MTE dat sprake zou zijn van détournement de pouvoir en dat DNB niet proportioneel had gehandeld. De opgelegde dwangsom van €30.000,- werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep van DNB werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van MTE ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van De Nederlandsche Bank wordt gegrond verklaard en het beroep van DNBenMulti Track Exchange N.V. wordt ongegrond verklaard.