ECLI:NL:RVS:2014:2867
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en beoordeling Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 19 juni 2013 besluiten genomen tot afwijzing van aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft deze besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft aangenomen dat een telefonische mededeling van de IND-medewerker een machtiging tot verblijf in de zin van de Dublinverordening inhoudt, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek. Deze mededeling betrof slechts het tijdelijk niet per vliegtuig effectueren van overdracht.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en toetst de besluiten van 19 juni 2013 zelf. De vreemdelingen voerden aan dat zij in Tsjechië risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro door leden van een criminele organisatie, maar zij brachten geen bewijs dat de Tsjechische autoriteiten onvoldoende bescherming bieden. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
De Raad van State ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.