ECLI:NL:RVS:2014:2873
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar gedoogbevel Wet bodembescherming
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde op 8 april 2013 een gedoogbevel op aan appellanten krachtens de Wet bodembescherming. Het bezwaar van appellanten tegen dit besluit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Appellanten stelden dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat het bodemonderzoek nog niet was afgerond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten wel degelijk belang hadden bij de beoordeling van hun bezwaar, onder meer omdat zij vergoeding van proceskosten hadden verzocht. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en nagelaten te beslissen over het verzoek om proceskostenvergoeding. Daarom werd het besluit van 19 september 2013 vernietigd.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het gedoogbevel terecht was opgelegd en dat het bezwaar ongegrond was. Het college had niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld en het bodemonderzoek diende het doel van actualisatie van de lijst spoedlocaties. Verder faalden betogen over de eigendomssituatie en vermeende strijdigheid met eerdere handhavingsbesluiten.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten die appellanten in beroep hadden gemaakt en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, het bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd, het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.