ECLI:NL:RVS:2014:2898
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht had geoordeeld over de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro, met name over de relatie tussen de vreemdeling en zijn moeder. De moeder is visueel gehandicapt en afhankelijk van zorg, maar de staatssecretaris stelde dat voldoende zorg via thuiszorg mogelijk is en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat alleen hij haar kan verzorgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht omstandigheden over de sterkte van de familieband heeft betrokken en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het horen van de vreemdeling noodzakelijk was. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.