ECLI:NL:RVS:2013:1610
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering verlenging verblijfsvergunning vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 24 februari 2011 de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd was. De staatssecretaris had terecht de sterkte van de band tussen de vreemdeling en zijn dochter betrokken bij de belangenafweging. Verder werd bevestigd dat de verblijfsvergunning terecht beperkt was tot de minderjarigheid van de dochter.
De Raad van State toetste vervolgens de belangenafweging van de staatssecretaris en concludeerde dat deze niet onzorgvuldig was en dat het belang van het Nederlandse toelatingsbeleid zwaarder woog dan het belang van de vreemdeling. Ook het recht op respect voor het privéleven werd niet geschonden. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning bevestigd.