ECLI:NL:RVS:2014:2909
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 6 september 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 maart 2014 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de beroepsprocedure gaf de gemachtigde van de vreemdeling aan dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en haar niet meer gemachtigd had om namens haar op te treden.
De voorzitter van de Afdeling overwoog dat de vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming en dat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag zal moeten beslissen. Hierdoor had de staatssecretaris geen belang meer bij het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.