ECLI:NL:RVS:2014:3097
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtredingen Arbeidstijdenwet ondanks betwisting bewijs en privacy
De minister legde aan appellante een boete van €88.000 op wegens twintig overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Na bezwaar werd de boete verminderd tot €79.200. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat de bedrijfsinspectie onrechtmatig was omdat deze was ingesteld na meldingen en controles, waardoor sprake zou zijn van een strafrechtelijke verdenking en schending van het nemo tenetur-beginsel uit artikel 6 EVRM Pro. De Raad oordeelde dat de inspecties betrekking hadden op verschillende periodes en dat er geen aanwijzingen waren voor een strafrechtelijke verdenking bij aanvang van de bedrijfsinspectie, zodat geen sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro.
Verder stelde appellante dat de GPS-gegevens onrechtmatig waren verkregen in strijd met artikel 5:13 Awb Pro en artikel 11 Wbp Pro. De Raad vond dat de GPS-gegevens tot de bedrijfsadministratie behoorden en niet aan bestuurders waren gekoppeld, waardoor het gebruik ervan rechtmatig was.
Tot slot betoogde appellante dat het gebruik van het softwareprogramma DIANTA onbetrouwbaar was vanwege auditrapporten die twijfels opriepen over authenticiteit en integriteit. De Raad stelde dat DIANTA als hulpmiddel wordt gebruikt en dat de originele digitale tachograafbestanden authentiek en ongewijzigd zijn. De minister had de bewijslast voldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €79.200 wegens overtredingen van de Arbeidstijdenwet en wijst alle bezwaren af.