Eiseres, een in Bulgarije gevestigd transportbedrijf, kreeg een boete van €27.000 opgelegd wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), waaronder het laten werken van vreemdelingen zonder de vereiste vergunningen in Nederland.
De Inspectie SZW constateerde dat vreemdelingen arbeid verrichtten met een Nederlandse trekker zonder geldige vergunningen en dat eiseres niet voldeed aan identificatieverplichtingen. Eiseres stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de boete onterecht was wegens gebrek aan aantoonbare band met Nederland en onvoldoende motivering.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs rechtmatig was verkregen, dat de vreemdelingen een aantoonbare band met Nederland hadden door het gebruik van een Nederlands kenteken, en dat verweerder voldoende bewijs had geleverd dat arbeid was verricht. De rechtbank verwierp het beroep op matiging van de boete, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alles had gedaan om overtredingen te voorkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete en de openbaarmaking van de inspectiegegevens. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.