ECLI:NL:RVS:2014:316
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse afvalcontainers in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid heeft bij besluit van 5 maart 2013 de Johannes Verhulststraat in Amsterdam aangewezen als locatie voor twee ondergrondse afvalcontainers. Bewoners van de benedenwoningen aan deze straat hebben hiertegen beroep ingesteld omdat zij vrezen voor geluid- en geuroverlast, waardedaling van hun woningen, en ongeschiktheid van de locatie vanwege nabijheid van een iep en het opheffen van parkeerplaatsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het dagelijks bestuur voldoende maatregelen heeft getroffen om overlast te beperken, zoals het gebruik van dubbelschalige inwerptrommels en regelmatige schoonmaak. De gevreesde waardedaling is niet aannemelijk gemaakt en kan eventueel via nadeelcompensatie worden geclaimd.
Verder is vastgesteld dat de locatie voldoet aan de criteria uit het Programma van Eisen, waaronder de afstand tot woningen en het ontzien van bomen. De aanwezigheid van de iep vormt geen bedreiging voor de boom. Ook het opheffen van parkeerplaatsen wordt gecompenseerd door het realiseren van nieuwe plaatsen elders in de wijk.
Alternatieve locaties die door appellanten zijn voorgesteld, leiden tot overschrijding van de aanbevolen loopafstand en worden door het dagelijks bestuur terecht afgewezen omwille van een efficiënt netwerk en capaciteitsverdeling. De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en wijst het besluit van het dagelijks bestuur tot aanwijzing van de locatie voor ondergrondse afvalcontainers toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van de locatie voor ondergrondse afvalcontainers wordt ongegrond verklaard.