ECLI:NL:RVS:2014:3162
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel en toepassing Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 13 december 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij voerde onder meer aan dat het beleid omtrent het niet aan zich trekken van asielaanvragen, indien reeds in een andere lidstaat een besluit is genomen, ongewijzigd van kracht bleef ondanks dat dit niet meer in de Vreemdelingencirculaire 2000 was opgenomen. De voorzieningenrechter had volgens hem ten onrechte geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel het beleid niet langer in de circulaire was opgenomen, dit niet betekende dat het beleid was gewijzigd. De staatssecretaris had echter onvoldoende gemotiveerd waarom hij het asielverzoek niet aan zich trok. Desondanks oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris in hoger beroep voldoende toelichting had gegeven waarom het asielverzoek niet werd aangehouden, mede gelet op het feit dat de vreemdeling reeds een verblijfsvergunning in Italië had en dat hij niet voor asiel, maar voor gezinshereniging naar Nederland was gekomen.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.