ECLI:NL:RVS:2014:3200
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ontheffing en omgevingsvergunning voor uitbreiding minicamping in Veere
Het college van burgemeester en wethouders van Veere verleende aan appellant een ontheffing en omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een minicamping tot 25 standplaatsen. Belanghebbenden A en B maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde hun bezwaren niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang. De Raad van State oordeelt echter dat belanghebbenden A en B wel degelijk rechtstreeks belanghebbenden zijn en vernietigt dit deel van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt tevens het beroep van appellant tegen de verleende ontheffing en vergunning. Appellant betoogt onder meer dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door geen privaatrechtelijke overeenkomst met overmachtsclausule te sluiten, zoals met andere minicampingexploitanten gebeurde. De Raad van State stelt dat het college deze praktijk heeft verlaten vanwege bestuursrechtelijke bezwaren en dat de Verordening geen ruimte biedt voor dergelijke clausules. Het beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigt verder dat het college terecht voorschriften heeft verbonden aan de vergunning en ontheffing met betrekking tot landschappelijke inpassing. Het beroep van belanghebbenden A en B wordt alsnog ongegrond verklaard, nadat zij als belanghebbenden zijn erkend. Het griffierecht wordt aan hen terugbetaald. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard; het hoger beroep van belanghebbenden A en B wordt gegrond verklaard en hun beroep alsnog ongegrond.