ECLI:NL:RVS:2019:1301
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over invordering verbeurde dwangsommen en verjaring
Het geschil betreft de invordering van meerdere verbeurde dwangsommen door het college van burgemeester en wethouders van Putten tegen de eigenaar van een perceel op recreatieterrein De Eikenhof. Het college had dwangsommen opgelegd wegens het niet naleven van een last onder dwangsom om het bestemmingsplanconforme gebruik van het perceel te herstellen.
De appellant betoogde dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat het college wegens bijzondere omstandigheden, waaronder een vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, geheel of gedeeltelijk van invordering had moeten afzien. De rechtbank oordeelde dat de verjaring was opgeschort door een uitstel van betaling verleend door de comptabele, dat geen concrete toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen, en dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was gezien de kennis van appellant over het gebruik van het perceel.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze oordelen, oordeelde dat de uitstelbrief van de comptabele een besluit van het college was, dat de verjaringstermijn daardoor was verlengd en dat de invorderingsbevoegdheid niet was verjaard. Ook werd geoordeeld dat het minnelijk overleg en de mededelingen van ambtenaren geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen inhielden en dat het gelijkheidsbeginsel niet kon leiden tot afzien van invordering. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.