ECLI:NL:RVS:2014:3212
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving escortbemiddeling zonder gezagsverhouding niet toegestaan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 3 april 2013 een last onder dwangsom op aan een escortbedrijf wegens bemiddeling van prostituees zonder geldige arbeidstitel. Tevens werd een dwangsom van €12.500,- ingevorderd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van het escortbedrijf gegrond en vernietigde de besluiten.
In hoger beroep stelde het college dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen het escortbedrijf en de Roemeense prostituees, waardoor zij niet als zelfstandigen konden worden beschouwd. Het college baseerde dit onder meer op het ontbreken van eigen keuzevrijheid van de klant en het bepalen van richtprijzen door het bedrijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat er een gezagsverhouding bestond. De prostituees hadden vrijheid bij het accepteren van opdrachten, bepaalden zelf hun tarieven en ontvingen betalingen rechtstreeks. Dit strookte met de samenwerkingsovereenkomst waarin zelfstandigheid werd benadrukt.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter dat de prostituees als zelfstandigen werkzaam waren en dat het college onterecht handhavend had opgetreden. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden aan het college opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.