ECLI:NL:RBDHA:2023:12271
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning privéleven
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van privéleven conform artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat verzoeker niet tijdig de gevraagde aanvullende documenten heeft aangeleverd. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de hersteltermijn die de staatssecretaris heeft gegeven onredelijk kort was, mede omdat verzoeker in vreemdelingenbewaring verbleef en daardoor niet binnen drie werkdagen de ontbrekende stukken kon aanleveren. Het beleid schrijft een hersteltermijn van twee weken voor, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval was.
Daarom heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen en wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het besluit van 22 juni 2023 wordt geschorst, zodat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure niet wordt uitgezet. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen wordt geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.