ECLI:NL:RVS:2014:3216
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake invordering dwangsommen milieuvergunning Noba B.V.
Noba B.V. exploiteert een vetveredelingsbedrijf en kreeg meerdere dwangsombesluiten opgelegd wegens overtredingen van milieuvoorschriften uit haar milieuvergunning. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland vorderde dwangsommen in totaal €29.000 wegens geconstateerde overtredingen tijdens een controlebezoek op 21 juni 2011.
Noba stelde bezwaar en beroep in tegen deze invordering, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Noba voerde onder meer aan dat de dwangsombesluiten onduidelijk waren, de invordering niet zorgvuldig was gemotiveerd en dat de vaststellingen onvoldoende waren onderbouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de dwangsommen terecht waren verbeurd, dat de invordering zorgvuldig was gemotiveerd en dat de waarnemingen van de toezichthouders betrouwbaar waren.
De Afdeling ging inhoudelijk in op diverse vergunningvoorschriften (zoals voorschrift 1.4.1 over schoonhouden en onderhoud, 5.1.1 over geurbeperking, 6.1.2 over opruimen van gemorste stoffen, 8.1.3 over afwatering en artikel 2.1 Wabo) en concludeerde dat Noba in redelijkheid had moeten begrijpen dat de geconstateerde situaties overtredingen waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Noba B.V. wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.