ECLI:NL:RVS:2013:BZ4924
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens niet verwijderen dakopbouw
Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen legde aan appellant een last onder dwangsom op om een dakopbouw te verwijderen. Na controles op het perceel bleek dat appellant niet volledig aan deze last had voldaan binnen de gestelde termijn. Het college besloot daarop tot invordering van een dwangsom van €5.000.
Appellant voerde aan dat de last onduidelijk was, dat hij tijdig aan de last had voldaan, dat het invorderingsbesluit onzorgvuldig was en dat bijzondere omstandigheden tot matiging of afzien van invordering moesten leiden. De rechtbank oordeelde dat de last duidelijk was, appellant niet tijdig volledig had voldaan, het besluit zorgvuldig was genomen en geen bijzondere omstandigheden bestonden.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak. De foto's van de controles tonen onomstotelijk dat de dakopbouw niet volledig was verwijderd. Het college hoeft het bedrag niet te matigen omdat er geen beleid is voor gedeeltelijke voldoening en de financiële situatie van appellant vormt geen bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de invordering van de dwangsom van €5.000 wegens het niet volledig verwijderen van de dakopbouw.