ECLI:NL:RVS:2014:3228
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten zorg- en huurtoeslag wegens geen rechtmatig verblijf
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag van appellant over 2012 herzien naar nihil, omdat appellant geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Appellant betoogde dat deze herziening in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat hij hierdoor zijn woning verloor en in armoede leeft door trauma's uit zijn geboorteland.
De Afdeling overwoog dat artikel 8 EVRM Pro geen positieve verplichting tot verstrekking van deze toeslagen inhoudt en dat het koppelingsbeginsel uit artikel 10 Vreemdelingenwet Pro 2000 een redelijke rechtvaardiging biedt voor het onderscheid tussen personen met en zonder verblijfsrecht. Het beroep op het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 8 werd Pro eveneens verworpen, omdat de omstandigheden van appellant geen bijzondere omstandigheden vormen die de herziening onrechtmatig maken.
De Afdeling bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de voorschotten zorg- en huurtoeslag naar nihil wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.