ECLI:NL:RVS:2014:3236
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens overtreding milieuvergunning door vetveredelingsbedrijf
Noba B.V., exploitant van een vetveredelingsbedrijf te Lijnden, werd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland geconfronteerd met een dwangsombesluit wegens overtredingen van milieuvoorschriften en de Wabo. Het college vorderde vervolgens dwangsommen in totaal € 22.000,00 wegens geconstateerde overtredingen tijdens controlebezoeken in februari 2012.
Noba stelde bezwaar en beroep in tegen het invorderingsbesluit, onder meer met argumenten over de formulering van de last, de wijze van vaststelling van overtredingen, de verslaglegging van controlebezoeken en het beroep op overmacht vanwege een toevloed van smeltwater. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat de last in het dwangsombesluit ook andere overtredingen omvat dan de expliciet genoemde, dat dwangsommen per overtreding en niet per tijdseenheid zijn vastgesteld, en dat het controlerapport met foto’s voldoende bewijs vormt ondanks het ontbreken van ondertekening. Het beroep op overmacht faalde omdat geen onverwachte toevloed van smeltwater was aangetoond en Noba maatregelen had kunnen treffen.
Verder werd geoordeeld dat het verwarmen van flexibags niet vergund was en dat de vetuitstroom een ongewoon voorval was dat gemeld had moeten worden. Noba had dit nagelaten, waardoor ook deze overtreding terecht werd vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; invordering dwangsommen bevestigd wegens overtreding milieuvoorschriften.