ECLI:NL:RVS:2014:3259
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De vennootschap onder firma heeft tegen een boete van €72.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De vennootschap verzocht om een voorlopige voorziening om de invordering van de boete op te schorten totdat op het hoger beroep is beslist.
De voorzitter behandelde het verzoek en oordeelde dat de vennootschap onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd waaruit blijkt dat zij in een financiële noodsituatie zou komen indien de boete direct wordt geïnd. De door de vennootschap overgelegde jaarrapporten waren niet door een accountant opgesteld en boden geen zekerheid over de getrouwheid van de jaarrekeningen. Ook de betalingsregeling en de stelling van betalingsonmacht konden dit gebrek aan objectieve onderbouwing niet compenseren.
Daarom werd het spoedeisend belang van het verzoek niet aangetoond en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. Troostwijk op 18 augustus 2014.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de boete wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van financiële noodsituatie.