ECLI:NL:RVS:2014:4007
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 11 juli 2013 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete van €72.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door de rechtbank Amsterdam op 17 juni 2014. Verzoekster vroeg vervolgens bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van de boetebesluiten op te schorten.
Een eerder verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens onvoldoende objectieve gegevens over de financiële situatie van verzoekster. Bij het nieuwe verzoek overlegde verzoekster aanvullende, objectieve gegevens waaruit blijkt dat zij momenteel niet in staat is de boete te voldoen, ook niet in termijnen. De voorzitter achtte dit voldoende om aan te nemen dat verzoekster in een financiële noodsituatie zou komen indien de boete direct geïnd zou worden.
De minister bevestigde dat bij afwijzing van het verzoek incassomaatregelen zouden volgen. Gezien het feit dat de hoofdzaak binnen afzienbare tijd zal worden behandeld, besloot de voorzitter de boetebesluiten voorlopig te schorsen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: De voorzitter schorst de boetebesluiten en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.