ECLI:NL:RVS:2014:3318
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en in stand laten rechtsgevolgen besluit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 7 maart 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve de bepaling dat uitzetting achterwege blijft. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd met ambtsberichten over de bescherming tegen eerwraak in Armenië, en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vragen van bescherming voor haar gevaarlijk of zinloos zou zijn.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdeling over medische noodsituaties en humanitaire redenen, omdat het medisch advies stelde dat reizen mogelijk was en de traumatische ervaringen niet van overheidswege kwamen. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen niet in stand liet en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit volledig in stand blijven.
Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling ten bedrage van €487,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 7 maart 2013 blijven volledig in stand en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard.