ECLI:NL:RVS:2014:3500
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 na onvolledige betaling
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over het jaar 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst had het voorschot vastgesteld op € 9.069,00, maar dit later herzien en op nihil gesteld omdat niet alle kosten tijdig waren voldaan.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante in 2009 kinderopvangkosten verschuldigd was van € 9.882,00, terwijl zij slechts € 9.493,20 direct had betaald en het restant van € 388,80 pas in 2012. Appellante voerde aan dat de daadwerkelijk betaalde kosten bepalend moesten zijn en dat de late betaling het gevolg was van een administratieve vergissing.
De Raad van State overwoog dat de Wko vereist dat alle kosten daadwerkelijk ten tijde van de opvang of kort daarna zijn betaald om in aanmerking te komen voor toeslag. Omdat appellante het restant pas jaren later betaalde en niet aannemelijk maakte waarom dit zo laat was, kon dit bedrag niet als kosten van 2009 worden beschouwd. Verder oordeelde de Raad dat de Belastingdienst zich baseert op schriftelijke overeenkomsten en gemaakte afspraken, en dat het voorschot terecht op nihil is gesteld vanwege het niet voldoen van de volledige kosten binnen het kalenderjaar.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 blijft op nihil vastgesteld.