ECLI:NL:RVS:2014:3502
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning voor tijdelijke detailhandel in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 30 mei 2012 een omgevingsvergunning voor het tijdelijk gebruik van een pand voor detailhandel in meubelen, in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze vergunning op 14 november 2013 na een beroep van een concurrent, en wees de aanvraag af.
De appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, onder meer met het argument dat de wederpartij geen belanghebbende was en dat het tijdelijke karakter van de vergunning wel degelijk aannemelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de wederpartij wel degelijk belanghebbende is omdat zij binnen hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied opereert.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er onvoldoende concrete, objectieve gegevens waren om het tijdelijke karakter van de vergunning aannemelijk te maken. De plannen voor verhuizing naar een ander complex en een principeverzoek voor ander gebruik waren onvoldoende concreet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vernietiging van de omgevingsvergunning bevestigd.