ECLI:NL:RVS:2014:3516
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsmarktaantekening verblijfsvergunning vreemdeling
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gekregen, eerst op 25 januari 2012 en vervolgens verlengd op 6 september 2012. Tegen het besluit van 6 september 2012 maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 31 oktober 2012 ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris herzag op 19 november 2012 een deel van het eerdere besluit met betrekking tot teveel betaalde leges.
De rechtbank verklaarde op 14 januari 2014 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van 31 oktober 2012, waarbij de beperking van de verblijfsvergunning werd opgeheven en de proceskosten werden toegekend. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet verplicht kon worden een nieuwe aanvraag te doen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een ander verblijfsdoel. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. Het besluit van 31 oktober 2012 werd vernietigd en het besluit van 6 september 2012 herroepen voor zover het de arbeidsmarktaantekening betreft.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan de vreemdeling. De overige rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven ongewijzigd.
Uitkomst: Het besluit van 31 oktober 2012 wordt vernietigd en het besluit van 6 september 2012 herroepen voor zover het de arbeidsmarktaantekening betreft.