ECLI:NL:RVS:2014:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken rechtbank inzake beperkingen verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige versus loondienst
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag inzake de verblijfsvergunning van een vreemdeling. De minister had de aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingewilligd met de beperking 'verblijf als zelfstandige' en arbeidsmarktaantekening 'arbeid vrij toegestaan'. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen deze beperking.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris niet van de vreemdeling mocht verlangen een nieuwe aanvraag in te dienen voor wijziging van de beperking naar 'arbeid in loondienst', en dat dit de rechten van de vreemdeling onder Richtlijn 2003/109/EG zou hinderen. De staatssecretaris stelde dat het onderscheid tussen de beperkingen voor zelfstandige arbeid en arbeid in loondienst in overeenstemming is met de richtlijn en nationale wetgeving.
De Raad van State oordeelt dat lidstaten hun nationale procedures mogen hanteren en onderscheid mogen maken tussen deze verblijfsdoelen, zoals ook volgt uit de richtlijn en het Vreemdelingenbesluit 2000. De staatssecretaris mocht van de vreemdeling verlangen een nieuwe aanvraag in te dienen voor wijziging van de beperking. Het hoger beroep is gegrond, de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 8 oktober 2012 wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.