ECLI:NL:RVS:2014:3537
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling uit Bagdad
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 14 juni 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 augustus 2014 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na bestudering van het hogerberoepschrift en de stukken, waaronder de uitspraak van 19 februari 2014 in een vergelijkbare zaak en de herkomst van de vreemdeling uit Bagdad, oordeelt de voorzitter dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, mr. H. Troostwijk, op 15 september 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.