ECLI:NL:RVS:2014:3599
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft bij verschillende besluiten van 15 mei 2012 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die is afgewezen door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. De staatssecretaris verklaarde de daarop gemaakte bezwaren ongegrond en de rechtbank bevestigde deze afwijzing op 5 september 2013. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de leges die de staatssecretaris heeft geheven voor de aanvragen, met name onder de beperkingen 'arbeid in loondienst' en 'voortgezet verblijf'. De vreemdeling betoogde dat deze leges disproportioneel zijn en verwees naar Europese jurisprudentie en richtlijnen. De Afdeling oordeelde echter dat de relevante richtlijnen niet van toepassing zijn omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken en er geen nationale maatregelen waren die de richtlijnresultaten in gevaar brachten.
De staatssecretaris heeft toegelicht dat de leges kostendekkend zijn en gebaseerd op een combinatie van kostprijs en beleidsmatige overwegingen. De Afdeling vond geen aanwijzingen dat de leges de kostprijs overschrijden of onredelijk zijn. Andere aangevoerde grieven konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning bevestigd.