ECLI:NL:RVS:2014:36
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing asielverzoek
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat bepaalde verklaringen van de vreemdeling over ontvoering en ontsnapping niet overtuigend waren. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling toetste vervolgens het besluit zelf en oordeelde dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is, onder meer omdat nieuw aangevoerde motieven en documenten niet relevant waren voor de beoordeling van het oorspronkelijke besluit. Ook werd geoordeeld dat de vreemdeling geen recht had op een verblijfsvergunning op grond van de gestelde ontvoering en verkrachting, omdat deze feiten door de staatssecretaris terecht als ongeloofwaardig waren beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.