ECLI:NL:RVS:2013:35
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet tijdig aangevoerde asielmotieven
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 20 april 2011 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zijn nieuwe stelling dat hij tot het christendom is bekeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat op grond van artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de rechtbank rekening mag houden met feiten en omstandigheden die na het bestreden besluit zijn aangevoerd, mits deze relevant zijn en de goede procesorde niet schenden. Nieuwe asielmotieven die geen verband houden met de bestuurlijke fase mogen echter niet worden betrokken, tenzij de vreemdeling kan rechtvaardigen waarom deze niet eerder zijn aangevoerd.
De vreemdeling heeft niet kunnen rechtvaardigen waarom zijn bekering tot het christendom, die een nieuw asielmotief vormt, niet in de bestuurlijke fase is aangevoerd, terwijl deze betrekking heeft op feiten die zich al voor het besluit voordeden. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.