ECLI:NL:RVS:2014:3655
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 23 augustus 2013 besloten de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in te trekken en een inreisverbod uit te vaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod gegrond en vernietigde dat besluit, terwijl het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning ongegrond werd verklaard.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de vreemdeling incidenteel hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling voldoende gelegenheid had gegeven om zijn zienswijze te geven en dat het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd was met artikel 3 EVRM Pro.
Daarnaast werd geoordeeld dat het inreisverbod gerechtvaardigd was in het belang van de openbare orde, mede gelet op eerdere veroordelingen van de vreemdeling en de belangenafweging ten aanzien van zijn echtgenote en minderjarige kinderen. De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het inreisverbod vernietigde en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, terwijl het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het inreisverbod blijft gehandhaafd; het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.