ECLI:NL:RVS:2014:3703
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 door Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 herzien en op nihil gesteld, nadat zij het voorschot niet tijdig definitief had vastgesteld. Appellante betoogde dat hierdoor de rechtsbescherming van artikel 21 Awir Pro niet van toepassing was en dat een fictieve definitieve vaststelling moest worden aangenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de termijnen in artikel 19 Awir Pro termijnen van orde zijn en dat overschrijding daarvan niet leidt tot een automatische definitieve vaststelling. Het feit dat anderen wel tijdig een definitieve vaststelling ontvingen, rechtvaardigt geen andere uitkomst. Bovendien erkende appellante dat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag in 2009.
Daarom mocht de Belastingdienst het voorschot herzien en op nihil stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 bevestigd.