ECLI:NL:RVS:2016:159
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Conclusie over termijnen herziening voorschotten en definitieve vaststelling kinderopvangtoeslag
Deze conclusie van staatsraad advocaat-generaal Keus betreft zes geschillen over de herziening van verstrekte voorschotten en de definitieve vaststelling van kinderopvangtoeslag in het nadeel van aanvragers. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft gevraagd of, net als in het belastingrecht, een uiterste, bindende termijn geldt waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om voorschotten te herzien of toeslagen definitief vast te stellen.
De conclusie bespreekt uitgebreid de feiten en procesverlopen van zes zaken waarin voorschotten werden verleend, maar de definitieve vaststelling van de toeslag pas na meer dan vijf jaar plaatsvond, vaak leidend tot terugvordering. De rechtbanken oordeelden verschillend over de gevolgen van overschrijding van termijnen uit de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), waarbij sommige rechtbanken het rechtszekerheidsbeginsel aanvoerden en anderen de termijnen als termijnen van orde beschouwden.
Vervolgens wordt het wettelijke kader van de Awir toegelicht, met nadruk op het ontbreken van een uiterste, bindende termijn voor herziening van voorschotten, en de beslistermijnen voor definitieve toekenning van toeslagen. De Awir sluit aan bij de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), die wel vervaltermijnen kent voor aanslagen. Ook worden termijnen in het belastingrecht, civiele recht (verjaring en verval), en het algemeen bestuursrecht (beslistermijnen Awb) uitgebreid geanalyseerd.
De conclusie benadrukt dat de termijnen in artikel 19 van Pro de Awir termijnen van orde zijn en dat overschrijding niet automatisch leidt tot verlies van bevoegdheid. Wel kan het rechtszekerheidsbeginsel en bewijsnood leiden tot verschuiving van de bewijslast. De conclusie sluit af met een samenvatting van de juridische kaders en de vraagstelling omtrent de betekenis en gevolgen van termijnen voor de Belastingdienst/Toeslagen.
Uitkomst: Er is geen uiterste, bindende termijn voor herziening van voorschotten, maar wel een bindende termijn van vijf jaar voor herziening van toegekende toeslagen; termijnen in artikel 19 Awir zijn termijnen van orde.