ECLI:NL:RVS:2014:3712
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 2 mei 2013 legde de minister aan [appellante] een boete van €17.500 op wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €13.500 vanwege een verminderde mate van verwijtbaarheid, omdat de verschillen tussen de vreemdeling en het paspoort niet evident waren.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging, terwijl [appellante] incidenteel hoger beroep instelde tegen de boeteoplegging zelf. De Raad van State oordeelde dat [appellante] onvoldoende onderzoek had verricht naar de identiteit van de vreemdeling en dat de verschillen in pasfoto's en lengte evident waren en niet mochten worden genegeerd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij het incidenteel hoger beroep van [appellante] ongegrond werd verklaard. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 22 juli 2013 werd ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard en de boeteoplegging aan [appellante] wordt gehandhaafd zonder matiging.