ECLI:NL:RVS:2014:3737
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit stopzetting toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf toeslagpartner
De Belastingdienst heeft het voorschot huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget van appellant per 1 september 2012 op nihil gesteld omdat zijn toeslagpartner sinds 15 augustus 2012 niet rechtmatig verbleef. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, maar zowel de rechtbank Rotterdam als de Raad van State verklaarden deze ongegrond.
Appellant voerde aan dat het besluit leidt tot discriminatie en dat de belangen van zijn minderjarig Nederlands kind onvoldoende zijn meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het niet toekennen van toeslagen onder bijzondere omstandigheden in strijd kan zijn met het discriminatieverbod en het recht op respect voor het gezinsleven, maar appellant had geen dergelijke omstandigheden gesteld.
Verder oordeelde de Afdeling dat de Belastingdienst zich voldoende rekenschap had gegeven van de belangen van het kind, zoals vereist op grond van het IVRK. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot stopzetting van de toeslagen bevestigd.