ECLI:NL:RVS:2013:1833
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf partner
Appellanten, wonend te Edam, maakten bezwaar tegen de weigering van de Belastingdienst/Toeslagen om kindgebonden budget, huur- en zorgtoeslag toe te kennen vanwege het niet-rechtmatig verblijf van de partner van appellant A. De rechtbank had het bezwaar deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de Belastingdienst het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het koppelingsbeginsel uit de Awir een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt om toeslagen te weigeren aan personen zonder rechtmatig verblijf. De rechter toetst of een 'fair balance' is gevonden tussen het belang van het gezinsleven en het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het buiten toepassing laten van artikel 9, tweede lid, Awir rechtvaardigen.
Appellanten voerden aan dat zij met hun gezin onder het sociaal minimum moeten leven en dat het verbreken van het gezinsleven de enige manier is om toeslagen te verkrijgen. Dit werd door de Afdeling verworpen, omdat toeslagen niet bedoeld zijn om het bestaansminimum te waarborgen. Ook het beroep op EU-recht slaagt niet, omdat appellant A de Nederlandse nationaliteit bezit en dus zelf aanspraak kan maken op toeslagen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toeslagen bevestigd.