ECLI:NL:RVS:2014:3751
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning uitbreiding veehouderij vanwege stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning voor het wijzigen en uitbreiden van een veehouderij te Bunschoten-Spakenburg. De coöperatie Mobilisation for the Environment en de Vereniging Leefmilieu maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in en verzochten zij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De verzoekers stelden dat het college ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar de consequenties van het toepassen van een drempelwaarde bij de stikstofdepositie en dat de beoordeling zich onterecht beperkte tot de toename door bedrijfsuitbreiding, zonder rekening te houden met de totale stikstofdepositie. Tevens werd betoogd dat het gebruikte rekenmodel tekortkomingen vertoonde en dat het college inconsistent was in de toepassing van de drempelwaarde.
De voorzitter overwoog dat het rekenmodel AAgro-stacks betrouwbaar is en dat de toename van stikstofdepositie op de zwaarst belaste punten zeer gering is, namelijk ongeveer vier duizendste procent van de kritische depositiewaarde. Gezien de geringe toename en het feit dat de uitbreiding al jaren geleden heeft plaatsgevonden, achtte de voorzitter het spoedeisend belang voor schorsing onvoldoende. Ook werd meegewogen dat schorsing verstrekkende gevolgen kan hebben voor de vergunninghoudster.
Daarom wees de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor uitbreiding van de veehouderij wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.