ECLI:NL:RVS:2014:3752
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning uitbreiding veehouderij vanwege stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning voor de wijziging en uitbreiding van een veehouderij. De coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De verzoekers stelden dat het college ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar de effecten van een drempelwaarde bij stikstofdepositie en dat het rekenmodel AAgro-stacks onbetrouwbaar was. Ook betoogden zij dat de totale stikstofdepositie onvoldoende was beoordeeld en dat het college inconsistent handelde bij vergelijkbare vergunningen.
De voorzitter overwoog dat het rekenmodel voldoende betrouwbaar is en dat de toename van stikstofdepositie op de zwaarst belaste punten zeer gering is, namelijk ongeveer vier duizendste procent van de kritische depositiewaarde. Gezien het feit dat de uitbreiding al jaren geleden plaatsvond en de geringe toename, was het spoedeisend belang voor schorsing onvoldoende aanwezig.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor uitbreiding van de veehouderij wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.