ECLI:NL:RVS:2014:3795
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kindgebonden budget wegens ontbreken kinderbijslag
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kindgebonden budget van appellant voor 2012 herzien op nihil omdat appellant geen kinderbijslag ontving, een vereiste volgens artikel 2 van Pro de Wet op het kindgebonden budget (Wkb).
Appellant voerde aan dat de rechtbank Midden-Nederland onbevoegd was en dat hij wel kinderbijslag had aangevraagd. Tevens stelde hij dat hij ten onrechte niet was gehoord door de Belastingdienst/Toeslagen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank Midden-Nederland bevoegd was omdat appellant zijn woonadres in Eemnes had opgegeven, binnen het arrondissement van deze rechtbank.
Verder stelde de Raad vast dat het recht op kindgebonden budget gekoppeld is aan het recht op kinderbijslag, vastgesteld door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Omdat de SVB in 2012 geen kinderbijslag aan appellant betaalde, was het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het kindgebonden budget op nihil te stellen terecht.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van het kinderbijslagbesluit van de SVB niet binnen deze procedure valt en dat appellant hiervoor een aparte procedure bij de rechtbank Amsterdam heeft lopen. Het bezwaar van appellant werd als kennelijk ongegrond beoordeeld, waardoor het horen in de bezwaarfase niet verplicht was.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd.