ECLI:NL:RVS:2013:2613
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
De Belastingdienst wees de aanvraag van appellante om een kindgebonden budget voor 2012 af omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland had en derhalve geen kinderbijslag ontving. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van de Belastingdienst, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde dat het kindgebonden budget aan haar, en niet aan haar moeder, had moeten worden toegekend.
De Raad van State overwoog dat het recht op kindgebonden budget gekoppeld is aan het recht op kinderbijslag, dat wordt vastgesteld door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Omdat de SVB geen kinderbijslag aan appellante betaalde, mocht de Belastingdienst het kindgebonden budget weigeren. De toekenning van het budget aan de moeder van appellante was gegrond op de informatie van de SVB en niet in strijd met verdragen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.