ECLI:NL:RVS:2014:3797

Raad van State

Datum uitspraak
22 oktober 2014
Publicatiedatum
22 oktober 2014
Zaaknummer
201400976/1/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:29 Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ontheffing openings- en sluitingstijden

Bij besluit van 18 juli 2012 verleende de burgemeester van Dordrecht ontheffing van de openings- en sluitingstijden aan de exploitant van een Thee- en koffiehuis. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door de burgemeester ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.

Tijdens de procedure bleek dat appellant op 5 mei 2014 het pand had overgedragen aan een derde. Hierdoor verviel het belang van appellant bij de beoordeling van het hoger beroep, omdat het besluit geen feitelijke gevolgen meer voor hem had.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van C.J. Borman op 22 oktober 2014.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na overdracht van het pand.

Uitspraak

201400976/1/A3.
Datum uitspraak: 22 oktober 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Dordrecht,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2013 in zaak nr. 12/1326 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Dordrecht.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juli 2012 heeft de burgemeester aan [belanghebbende] voor [Thee- en koffiehuis] ontheffing van de openings- en sluitingstijden verleend krachtens artikel 2:29, vierde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht.
Bij besluit van 22 oktober 2012 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 december 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 oktober 2012 vernietigd, het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2014, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. G. Boukich, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
Overwegingen
1. Ambtshalve overweegt de Afdeling het volgende.
Op 5 mei 2014 heeft [appellant] blijkens het Kadaster de eigendom van het pand waarin het [Thee- en koffiehuis] gevestigd is overgedragen. Nu een oordeel over de door de burgemeester verleende ontheffing voor [appellant] niet langer feitelijk van betekenis is, is het belang bij de beoordeling van zijn hoger beroep komen te vervallen.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, griffier.
w.g. Borman w.g. De Vries
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2014
582-819.