ECLI:NL:RVS:2014:3801
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken geldige ingebrekestelling bij Wob-verzoek
Bij besluit van 19 februari 2013 wees de minister een Wob-verzoek van appellant gedeeltelijk af. Appellant maakte bezwaar en stuurde op 19 mei 2013 een brief waarin hij de minister in gebreke stelde vanwege het uitblijven van een besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat deze brief niet als geldige ingebrekestelling kon worden aangemerkt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brief wel voldeed aan de eisen van een ingebrekestelling, aangezien deze expliciet de minister aansprak op het niet tijdig beslissen. De Afdeling oordeelde echter dat de brief onvoldoende duidelijkheid bood over welk besluit het betrof, mede doordat essentiële gegevens zoals datum en kenmerk van het bestreden besluit ontbraken.
De Afdeling stelde dat de minister daarom terecht mocht aannemen dat de brief geen geldige ingebrekestelling was. Omdat de minister in de tussentijd het bezwaar alsnog gegrond verklaarde, had het hoger beroep geen betrekking meer op het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.