ECLI:NL:RVS:2014:4001
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in stand blijven rechtsgevolgen afwijzing uitzettingsuitstel vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om uitzetting uit te stellen af op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarop het besluit was gebaseerd, voldoende zorgvuldig en inzichtelijk was. De staatssecretaris stelde dat het medicijn Labetalol, dat de vreemdeling nodig had, in Turkije beschikbaar was en dat tijdelijke tekorten van enkele weken opgevangen konden worden door een voorraad. De Afdeling oordeelde dat het BMA-advies en de bijbehorende nota's voldoende concludent en inzichtelijk waren en dat de staatssecretaris terecht het standpunt innam dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk was voor het aanhouden van een medicijnvoorraad.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze niet had bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig gehandhaafd blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van uitzettingsuitstel blijven volledig in stand.