ECLI:NL:RVS:2014:4084
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake handhaving boren in asbesthoudende dakplaten
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland verzocht de minister van Infrastructuur en Milieu om handhavend op te treden tegen het boren van gaten in asbesthoudende dakplaten voor het bevestigen van zonnepanelen op panden in Westwoud en Oosterblokker. De minister wees dit verzoek op 2 oktober 2013 af en verklaarde het bezwaar van het college op 28 februari 2014 ongegrond. Het college stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of het verzoek van het college als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kon worden aangemerkt. Dit is alleen het geval indien het college als bestuursorgaan belanghebbende is. De Afdeling oordeelde dat de belangen die het Productenbesluit asbest beschermt aan de minister zijn toevertrouwd en niet aan het college. Het college kon niet als belanghebbende worden aangemerkt omdat een besluit over handhaving van artikel 4 van Pro het Productenbesluit asbest geen invloed heeft op de eigen bevoegdheden van het college.
Hoewel het college stelde dat het boren ook een overtreding van andere door het college te handhaven bepalingen kan opleveren, staat de handhaving daarvan los van het Productenbesluit asbest. De Afdeling concludeerde dat het college geen belanghebbende is en het verzoek geen aanvraag, waardoor de afwijzing geen besluit is. Het bezwaar had niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd wegens het ontbreken van belanghebbende status.