ECLI:NL:RVS:2014:4128

Raad van State

Datum uitspraak
19 november 2014
Publicatiedatum
19 november 2014
Zaaknummer
201400359/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen wrakingsbeslissing rechtbank

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel, waarin hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder bij vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van dit hoger beroep, maar na verzet is de zaak alsnog ter zitting behandeld.

De Afdeling overweegt dat ingevolge artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Een uitzondering kan slechts worden gemaakt bij ernstige schending van beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, waardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden.

De Afdeling oordeelt dat de door appellanten aangevoerde gronden niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een zodanige ernstige schending. Ook het feit dat steeds een rechter aan de zaak is gekoppeld geweest, leidt niet tot een uitzondering op het appelverbod. Er is geen aanleiding om het appelverbod te doorbreken.

Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Uitspraak

201400359/1/A2.
Datum uitspraak: 19 november 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D] (hierna ook tezamen en in enkelvoud: [appellant]), allen wonend te [woonplaats],
appellanten,
tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel van 4 december 2013 in zaak nr. C/08/146757 KG RK 13-2645 op een verzoek van [appellant] om wraking.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank van 4 december 2013, waarbij het gedane wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is verklaard.
Bij uitspraak van 6 februari 2014, in zaak nr. 201400359/2/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het door [appellant] ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
Bij uitspraak van 28 mei 2014, in zaak nr. 201400359/3/A2, heeft de Afdeling het daartegen door [appellant] gedane verzet gegrond verklaard.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 september 2014, waar [appellant A], bijgestaan door mr. M. Wullink en mr. S.J.P. Kukolja, beiden advocaat te Hengelo, is verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank op zijn verzoek om wraking, als bedoeld in artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Ingevolge artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb staat tegen de beslissing op een verzoek om wraking geen rechtsmiddel open. Voor kennisneming van een hoger beroep in weerwil van deze bepaling kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest.
Dat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, steeds een rechter aan de zaak gekoppeld is geweest, zoals [appellant] terecht stelt, maakt niet dat in dit geval sprake is van een zodanige ernstige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. In het aangevoerde zijn evenmin aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat de rechtbank door procespartijen voor de zitting op 22 januari 2014 uit te nodigen of door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening in te schakelen heeft bewerkstelligd dat geen eerlijk proces kon plaatsvinden. Er bestaat derhalve geen aanleiding een uitzondering op het appelverbod te maken.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A. Hammerstein en mr. G. Snijders, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Lodder
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014
17-735.