ECLI:NL:RVS:2014:4128
Raad van State
- Wraking
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen wrakingsbeslissing rechtbank
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel, waarin hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder bij vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van dit hoger beroep, maar na verzet is de zaak alsnog ter zitting behandeld.
De Afdeling overweegt dat ingevolge artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Een uitzondering kan slechts worden gemaakt bij ernstige schending van beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, waardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden.
De Afdeling oordeelt dat de door appellanten aangevoerde gronden niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een zodanige ernstige schending. Ook het feit dat steeds een rechter aan de zaak is gekoppeld geweest, leidt niet tot een uitzondering op het appelverbod. Er is geen aanleiding om het appelverbod te doorbreken.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.