ECLI:NL:RVS:2014:4133
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitwerkingsplan Regionaal bedrijventerrein Twente Tranche 3a wegens onvoldoende onderbouwing luchtkwaliteitsnormen
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo stelde op 29 oktober 2013 het uitwerkingsplan voor het Regionaal bedrijventerrein Twente (RBT) Tranche 3a vast. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Appellant voerde onder meer aan dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het uitwerkingsplan economisch en financieel uitvoerbaar was en dat de luchtkwaliteitsnormen niet waren aangetoond.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van het bestemmingsplan voor de economische en financiële uitvoerbaarheid, mede gelet op de overgelegde rapporten en de borgstelling door deelnemers aan het openbaar lichaam RBT. De belangenafweging ten aanzien van de bedrijfsbelangen van appellant was volgens de Afdeling eveneens voldoende gemaakt, en de geurverordening was correct toegepast.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het college bij de vaststelling van het uitwerkingsplan niet had aangetoond dat de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit 2005 niet zouden worden overschreden. De onderzoeken waarop het college zich baseerde waren verouderd en de recente berekeningen waren onvoldoende toegelicht. Hierdoor werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met behoud van de rechtsgevolgen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het uitwerkingsplan RBT Tranche 3a is vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de luchtkwaliteitsnormen, met behoud van rechtsgevolgen.