ECLI:NL:RVS:2014:4136
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onjuiste partnerinschrijving in GBA
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2008 door de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst stelde vast dat de voormalige partner van appellant in 2008 in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op hetzelfde woonadres stond ingeschreven en daarom als partner werd aangemerkt. Omdat deze partner niet tot de in de wet genoemde doelgroepen behoorde, was er geen recht op kinderopvangtoeslag voor die periodes. Appellant voerde aan dat de partner niet als partner kon worden aangemerkt omdat zij een zwervend bestaan leidde en al sinds 2006 gescheiden was.
De Raad van State overwoog dat de inschrijving in de GBA bepalend is en dat alleen in uitzonderlijke gevallen van onjuiste inschrijving kan worden afgeweken. In dit geval was de partner tot 2010 ingeschreven op het adres van appellant en was er geen nieuw adres bekend, waardoor geen grond bestond voor afwijking. De Belastingdienst heeft de terugvordering van te veel betaalde voorschotten terecht gedaan, ook al was de termijn voor definitieve vaststelling overschreden, omdat deze termijn een termijn van orde is.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag bevestigd.